|
|
|
Wandeltocht of fietstocht in samenwerking met natuurouders Mijn naam is:
.. Als we de Hofstraat inrijden, moeten we een flink
stuk stijgen. Vanaf de vijvers in de verte zien we de kerktoren van Tielrode en
we komen al tot aan de voet van de toren! De vijvers die we voor ons zien liggen, waren
vroeger kleiputten Nu nog altijd worden er bakstenen gebakken
in de steenbakkerij naast de vijvers. In de verte zien we nog een heel hoge schoorsteen
langswaar de rookgassen kunnen ontsnappen. Men wilde eigenlijk de putten gebruiken als stortplaats
voor afval, maar de inwoners van Tielrode protesteerden en nu
is het dus een brokje natuur geworden. Het natuurgebied is zo groot als 60
voetbalvelden (40 ha) De putten zijn heel diep. Wel tot 20
meter. Het is hier een mooi stukje natuurgebied We
dragen dan ook zorg voor dit gebied. Kijk naar de bordjes. Je mag NIET : zwemmen,
brommen, lawaai maken, afval weggooien, barbecue
houden, vogels verstoren,
Wat mag je dan wel? Vogels en bloemen bewonderen, snuiven van de
goede lucht, genieten van de rust, luisteren naar de vogels,
1.
Over bomen en planten De lijsterbes Een
boompje dat we hier veel aantreffen in klein formaat. Hoe
dit boompje hier kwam? Wel,
sommige vogels zoals de lijsters
lusten heel graag de rode bessen.
van de boom als deze goed rijp zijn. Ze zijn vooral verlekkerd op het zure vruchtvlees
van de bessen. De pitten kunnen de vogels echter niet verteren en dus
. komen
die zowat overal terecht want de pitten zitten nog in de uitwerpselen van de vogels. We
zien nu reeds het begin van witte bloemen.
Daar komen dus later de bessen van. Teken
hieronder een blad van een lijsterbes.
De zomereik Nog opvallende kleine
bomen zijn de zomereiken. Ook nu weer vind je die hier en daar verspreid. Hoe
zou dat komen? Ze zijn zeker niet door de mensen gezaaid.
Het is een bepaalde vogel die dat doet! Zijn naam is: de vlaamse gaai
De vogel verstopt voor de
winter eikels, maar vergeet er soms wel enkelen. Als die dan in de goede grond
terecht komen, kunnen die ontkiemen. Of misschien zijn de
eikels gewoon uit zijn bek gevallen en zijn ze
hier ontkiemd. Als een zomereik heel oud
is (wel 200 jaar), wordt hij gekapt. Het
hout is heel sterk en mooi. Het dient bv. om meubelen te maken.
![]() De
wilg
Je vindt nu heel veel
bomen die vol met witte pluisjes zitten. Er
zijn er met ronde
bladeren en met lancetvormige = langwerpige
bladeren. Er zijn vrouwelijke en
mannelijke bomen. De pluisjes, waar de zaadjes aanhangen, komen voor bij
de vrouwelijke
bomen. Vroeger werden
wilgentakken veel gebruikt om er manden
met te vlechten. Van het hout van volwassen bomen maakte men klompen Teken hieronder een
vrouwelijk katje van een wilg
2.
Over vogels en waterdiertjes Op de vijver zien we
zeker enkele zwarte vogels met een witte
bek en een witte vlek boven de bek. Het zijn meerkoeten. Ze maken hier hun nest op
het water. Ze eten waterslakken, zoetwatermossel en kleine
waterdiertjes, maar ook allerlei waterplanten.
We
horen allerlei vogels fluiten in de struiken en bomen in de omgeving. Eentje
ervan is heel duidelijk. Het is de tjiftjaf.
Het is een klein
vogeltje, slechts 11 cm
groot. Als hij roept is dat om zijn gebied of territorium
te verdedigen. Hij wil niet dat er een ander mannetje
op
zijn domein komt. Enkel vrouwtjes
zijn toegelaten. Zo is hij er zeker van dat hij genoeg
voedsel
heeft voor zijn jongen.
Hij eet vooral
insecten. In de winter vliegt hij naar Noord-Afrika
omdat het bij ons dan te koud is en er dus geen voedsel is voor hem. Nog een ander vogeltje
kent iedereen. Het mannetje en vrouwtje hebben beiden een zwarte kop
met witte wangen
, een gele borst
met erop een zwarte borststreep
Het is de koolmees.
De koolmezen vangen
vooral rupsen.
Soms wel tot 9000 per seizoen!
Zo helpen ze de mens in de strijd tegen de schadelijke dieren (voor de mens!) 3.
Over waterdiertjes Overal vinden we nu
kikkervisjes, zoals bij ons op school in de poel. Hier zijn wel veel
vijanden die niet op school te vinden zijn. Noem er eens enkelen op: reiger,
eenden, meerkoeten, vissen,
Om zich een beetje veilig
te stellen en ook omdat de temperatuur er hoger is, gaan kikkervisjes meestal
zwemmen aan de
rand van het water. Welke andere diertjes heb
je nog gezien? Kleine
waterkevers, libellelarven,
de groene kikker
de duikerwants
de libellenlarve 4.
Over water en klei Hoe is het water in de
kleiput?
O
helder
O nogal helder
O niet zo helder Je ziet aan de oever ook
overal restjes van schelpen. Dat is een verhaal dat miljoenen jaren geleden
begon
. Toen was het hier nog een zee
Doordat men klei ging
delven, heeft men die schelpen weer opgegraven en zo zijn die hier nu terecht
gekomen. Misschien heb je geluk en vind je wel een tand van een grote
zeevis, zelfs van een haai. Hoeveel bedraagt de
temperatuur van het water?
.. Is dat dan kouder of
warmer dan de temperatuur van de lucht? kouder Hoe komt dat? Zo een grote massa water warmt veel trager op
dan de buitenlucht. Je hebt ook een proefje
gedaan met twee plastic flessen, gevuld met zand of klei. Teken het proefje en geef
wat uitleg. Zo, dat was weer een leerrijke uitstap!!! Vul
in bij de juiste pijlen: Lange Dreef, Schouselbroek, Oost Sive polder, Ballooi,
Kijkverdriet, Lange dreefwiel, Kooiwiel, onze school Een kleurenpracht van wilde bloemen
. Op
Oostberg kiezen we een weggetje dat het Schouselbroek in leidt. (Zoek
in de klas eens op in het woordenboek wat er staat als tweede betekenis voor broek : drassig land )
Het is een poldergebied met veel afwisseling : akkers, weiden, bosjes en
waterplassen. Men vindt er 250
soorten planten. Schoongewassen
door aprilse grillen zijn de bermen in mei ιιn groot bloemenfeest.
Planten hebben hun naam vaak te danken aan hun gebruik , of hun
uitzicht, of aan een heel oud verhaal
Ga
je mee op ontdekkingstocht in al dat groen ? Op
hoge stengels wuiven wolken van witte bloempjes je toe.
Kijk eens naar de uiteinden waar de bloempjes op vastzitten : meerdere
kleine steeltjes vertrekken uit ιιn punt.
Het lijkt op iets wat jullie met wat geluk vandaag niet nodig hebben :
een paraplu of regenscherm. Deze
plant behoort dan ook tot de familie van de schermbloemen. Wie
kent de naam van deze plant ? fluitenkruid Een
vakkundig gesneden stukje stengel kan dienen als fluitje ! Dat
komt omdat de stengel hol is. Rol
hem tussen je vingers en voel de dikke ribbels.
Net zoals bij de selder, waarvan je soep maakt !
Later in het jaar bloeien er nog andere schermbloemen zoals de berenklauw
, een zeer giftige plant waarvan het sap je brandblaren bezorgt.
Raak deze plant niet aan en maak er zeker geen fluitjes of blaaspijpjes
van ! Een
andere plant met witte bloemen, waarvan de bladeren lijken op die van een
brandnetel, is de witte dovenetel. Denk
je dat de dovenetel scherpe haartjes heeft die jou kunnen prikken ? Nee
Probeer eens ! Bekijk
ιιn wit bloempje : het is een buisje met een boven- en onderlip.
Waar zitten de zwarte tipjes van de meeldraden verstopt ? in de bovenlip.
Het bloempje lokt met zijn zoete nectar bijen en hommels.
Zij landen op de onderlip, en terwijil ze met hun lange zuigtong
van de nectar snoepen worden ze op hun rug bepoederd met stuifmeel.
Daarmee kan het insect een andere bloem bestuiven. De
dovenetel behoort tot de lipblemenfamilie. Op
vochtiger plekjes groeien de forse bladeren en overhangende trossen paars-roze
of witte bloemen van de smeerwortel.
Met een smeersel van hun wortel genas men vroeger beenbreuken.
Voel aan de bladeren : ze voelen ruw aan.
Bekijk een bloempje : het is een buisje.
Vaak is er aan de zijkant een gaatje in gebeten : dat heeft een hommelsoort
gedaan die een te korte zuigtong heeft om bij de nectar te komen. Hoor
je de koekoek roepen ? Die keert in april uit Afrika terug.
Zijn naamgenoot in het plantenrijk is de koekoeksbloem.
Zoek naar fluoroze tinten tussen het groen
Gevonden ?
Van dichtbij zie je misschien kloddertjes schuim op de plant
net speeksel.
van een koekoek, dacht men vroeger !
In het oude volksgeloof kreeg dat schuim de naam koekoeksspog (spuug) en
zo kreeg ook de bloem haar naam. In
dat schuim verbergt zich echter de kleine bleekgroene larve van een schuimbeestje.
Het beestje zuigt uit de stengel plantensap, dat door ingeblazen
lucht schuim wordt. Ooit
al gehoord van look-zonder-look ? Probeer de naam te verklaren : Als
je de blaadjes fijn wrijft ruiken ze naar look of ui.
Het is een schaduwplant die we hier en daar onder de bomenrij
vinden. Bovenaan zie je een tros
met tegelijkertijd knopjes, witte bloempjes, en vruchtjes.
De vruchtjes zijn lange hauwen.
Het is familie van het herderstasje, met kleinere hartvormige
hauwtjes. Voorbij de steenbakkerij slingert de dijk zich als een lint in het landschap. De fiets kan even aan de kant. De oever van de Schelde is hier begroeid met een rietkraag. Een verhaal om bij kaarslicht te vertellen : Toen er nog
uitgestrekte velden waren, blies de duivel zijn adem over de aarde.
Hij blies en blies, het waaide en stormde.
Bomen vielen om, planten knakten, maar de duivel zag slechts ιιn plant
buigen zonder te breken. Hij werd
zo boos, dat hij in elk blaadje van die plant zijn tanden zette, en dat kan je
nu nog steeds zien ... Over welk stevig gras gaat deze legende ? ....................................... Het Kijkverdriet te Steendorp Het
Kijkverdriet te Steendorp
Vanwaar die naam? Het Kijkverdriet is een schoor
d.w.z. dat het gebied onder water komt te staan enkel bij uitzonderlijk
zoals bij springtij. Om dit stukje land in te
palmen op de stroom is er veel moeite gedaan en heeft het veel tijd gevergd in
vorige eeuwen. De opbrengst van dit stukje land is maar pover zodat de mensen
het de moeite niet waard vonden. t Is triestig om er naar te kijken! Vandaar de naam Kijkverdriet. Vroeger noemde men dit stukje
ook wel
. Het is niet groot: slechts 400 roeden. Als je weet
dat 1 roede, een oppervlaktemaat van vroeger, gelijk is aan 15 m² (afgerond),
dan weet je dat dit gebied:
m² groot is.
Een
prachtig vogeltje dat hier broedt, is het blauwborstje. t
Stort: De Ballooi. Tussen
1968 tot 1975 was dit een huisvuilstort. De
bodem werd niet gesaneerd, doch afgedekt met een dunne deklaag. Tevens
is het stort , ondanks het onderliggende afval, een ideale broedplaats geworden voor o.a. de kievit. De
kievit verblijft graag op vochtige
grasgronden.
Juist
voorbij het stort liggen de schorren en slikken van de Schelde. In deze biotoop
voelt o.a. de bergeend zich thuis,
omdat het er veel rustiger is dan op plaatsen waar de wandeldijk vlak naast de
Schelde ligt. Bergeenden
zijn vroeger altijd kustvogels geweest, maar bevinden zich nu meestal langs
grote rivieren en dunne polders. Recreatie op het stort zou deze vogels
verstoren.
Ondanks
de bodemvervuiling heeft het gebied wel een belangrijke ecologische waarde, zowel voor het gebied zelf, als voor de functie
van de bufferzone, tussen de recreatief bezochte wandeldijk en de slikken en
schorren. Intussen
hebben bepaalde plantensoorten zich aangepast aan de vervuilde grond In de open vlakte, juist naast de rivierbedding, heersen dikwijls stijgwinden die roofvogels nodig hebben om te kunnen jagen, o.a. de torenvalk, op zoek naar kleine knaagdieren in de ballooi. Ook ziet men soms de buizerd zweven in grote kringen. Wiel We stoppen even aan een zeer merkwaardige plaats : het wiel. In 1958 hadden hier overstromingen plaats. Dit kwam deels door de muskusratten die de dijken ondergraven hadden. De dijken werden hierdoor veel verzwakt. En deels doordat de dijken van toen veel smaller en lager waren dan nu. Het water kon heel gemakkelijk door de dijken spoelen. Om dit probleem op te lossen, werden er hogere en bredere dijken aangelegd, in het rond. Vandaar de naam wiel. Hier liggen twee wielen naast elkaar en onderweg hebben we ook het derde wiel kunnen zien van Schouselbroek: Het nieuwe wiel. De dijken werden verstevigd en versterkt. Dit gebeurde met stenen in ijzeren netten (tot 5 meter diep). De hoogte van de aangelegde dijken ligt nu op 8 meter en 10 centimeter boven de zeespiegel (waterstand in Oostende). Opmerking : De school ligt ongeveer 14 meter boven de zeespiegel. De putten zijn zeer diep en bevatten veel zuurstof . Daardoor zit er veel vis in het water. Dit is dus ideaal voor de vissers (sport). Opdat de vissen niet in de Poldergracht (en zo naar de Schelde) kunnen terechtkomen, heeft men houten schutsels geplaatst. Naast de wielen staan hoge bomen : canadas . Na 35 jaar zijn ze kapbaar en hun hout wordt gebruikt voor paletten en brandhout . De begroeiing die je kan zien op de vijver is gele plomp. Het zijn die grote groene bladeren op het water.
Een vogel die we hier kunnen aantreffen, is de ijsvogel. Dit vogeltje is nauwelijks groter dan een mus. Het is een kleurrijk vogeltje van blauwgroen op de rug, oranje-roodbruin onderaan en oranje en witte wangvlekken. De felle lichtblauwe streep op zijn rug valt op wanneer hij voorbij vliegt. Deze vogel heeft geen nest maar wel een hol. Dat graaft de ijsvogel graag in de steile oever. Met zijn lange bek kan hij gemakkelijk vissen vangen en aan zijn jongen doorgeven als voedsel.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Laatst aangepast op 16/05/2012 |