natuurtochten
Start Omhoog natuurouders natuurtochten week van de platte batterij milieuraad vogels voeren en beloeren dikke truiendag MOS-school Groene vlag

 

Home

Leerkracht/personeel LS

bullet

Informatie

bullet infobrochure
bullet opvoedingsproject
bulletwie is wie?
bullet inspraakorganen
bulletwoonboot
bullet schoolreglement
bullet zwemdiploma
bulletPedagogisch
bulletautisme
bullet AVI-leesniveau  
bulletmilieu
bulletde poel
bulletEHBO
bulletM.E.G.A.
bulletToeters
bullet Speelkoffers
bulletgrafiek (crea)
bulletMeerv. Intelligentie
bulletNieuwtjes
bulletsportnieuws!
bullet oriλntatieloop
bulletjaarthema
bulletfruitdag
bulletverkeer
bullet uit de kleuterschool
bulletjaarthema
bulletKalender
bulletWerkjes kinderen
bullet3de leerjaar
bullet4de leerjaar
bullet5de leerjaar
bullet6de leerjaar
bulletNuttige links
bullet zoekrobotten
bulletOuderraad (nieuw)
bulletFoto's van vroeger

Wandeltocht of fietstocht in samenwerking met natuurouders

Roomacker

Schouselbroeck

 Op uitstap naar de Roomacker te Tielrode

 

Mijn naam is: ………………………………………..

 

Als we de Hofstraat inrijden, moeten we een flink stuk stijgen. Vanaf de vijvers in de verte zien we de kerktoren van Tielrode en we komen al tot aan de voet van de toren!

 

De vijvers die we voor ons zien liggen, waren vroeger kleiputten

Nu nog altijd worden er bakstenen            gebakken in de steenbakkerij naast de vijvers. In de verte zien we nog een heel hoge schoorsteen langswaar de rookgassen kunnen ontsnappen.

 

Men wilde eigenlijk de putten gebruiken als stortplaats              voor afval, maar de inwoners van Tielrode protesteerden en nu is het dus een brokje natuur geworden.

Het natuurgebied is zo groot als 60 voetbalvelden (40 ha)

De putten zijn heel diep. Wel tot 20 meter.

 

Het is hier een mooi stukje natuurgebied    We dragen dan ook zorg voor dit gebied. Kijk naar de bordjes. Je mag NIET : zwemmen, brommen, lawaai maken, afval weggooien, barbecue houden, vogels verstoren, …

Wat mag je dan wel? Vogels en bloemen bewonderen, snuiven van de goede lucht, genieten van de rust, luisteren naar de vogels, …

 

1.    Over bomen en planten

De lijsterbes

 

Een boompje dat we hier veel aantreffen in klein formaat.

Hoe dit boompje hier kwam? Wel, … sommige vogels zoals de lijsters lusten heel graag de rode bessen. van de boom als deze goed rijp zijn. Ze zijn vooral verlekkerd op het zure vruchtvlees van de bessen. De pitten kunnen de vogels echter niet verteren en dus …. komen die zowat overal terecht want de pitten zitten nog in de uitwerpselen van de vogels.

We zien nu reeds het begin van witte bloemen.  Daar komen dus later de bessen van.

Teken hieronder een blad van een lijsterbes.

 
 

 


                                                                                                                     

De zomereik

 

Nog opvallende kleine bomen zijn de zomereiken. Ook nu weer vind je die hier en daar verspreid. Hoe zou dat komen? Ze zijn zeker niet door de mensen gezaaid. Het is een bepaalde vogel die dat doet!

Zijn naam is: de vlaamse gaai

 

En hier zie je er ιιn.

 

 

De vogel verstopt voor de winter eikels, maar vergeet er soms wel enkelen. Als die dan in de goede grond terecht komen, kunnen die ontkiemen.

 

Of misschien zijn de eikels gewoon uit zijn

bek gevallen en zijn ze hier ontkiemd.

  

Als een zomereik heel oud is (wel 200 jaar),

wordt hij gekapt. Het hout is heel sterk en mooi. Het dient bv. om meubelen

te maken.

 

 

 
Teken hier een blad van een zomereik.

 

De wilg

 

Je vindt nu heel veel bomen die vol met witte pluisjes zitten.  Er zijn er met ronde bladeren en met lancetvormige = langwerpige bladeren.

Er zijn vrouwelijke en mannelijke bomen. De pluisjes, waar de zaadjes

aanhangen, komen voor bij de vrouwelijke bomen.

 

Vroeger werden wilgentakken veel gebruikt om er manden met te vlechten. Van het hout van volwassen bomen maakte men klompen

 

Teken hieronder een vrouwelijk katje van een wilg

 

 

 
                                                                                                   

 

2. Over vogels en waterdiertjes

 

Op de vijver zien we zeker enkele zwarte vogels met een witte bek en een witte vlek boven de bek.

Het zijn meerkoeten. Ze maken hier hun nest op het water.

Ze eten waterslakken, zoetwatermossel en kleine waterdiertjes, maar ook allerlei waterplanten.

 

   

 

We horen allerlei vogels fluiten in de struiken en bomen in de omgeving.

Eentje ervan is heel duidelijk. Het is de tjiftjaf.

 

 

Het is een klein vogeltje, slechts 11 cm groot. Als hij roept is dat om zijn gebied of territorium te verdedigen. Hij wil niet dat er een ander

mannetje op zijn domein komt. Enkel vrouwtjes zijn toegelaten. Zo is hij er zeker van dat hij genoeg         voedsel                  heeft voor zijn jongen. Hij eet vooral insecten. In de winter vliegt hij naar Noord-Afrika omdat het bij ons dan te koud is en er dus geen voedsel is voor hem.

 

Nog een ander vogeltje kent iedereen. Het mannetje en vrouwtje hebben beiden een zwarte kop met witte wangen , een gele borst met erop een zwarte borststreep Het is de koolmees.

 

 

De koolmezen vangen vooral rupsen.  Soms wel tot 9000 per seizoen! Zo helpen ze de mens in de strijd tegen de schadelijke dieren (voor de mens!)

 

3. Over waterdiertjes

Overal vinden we nu kikkervisjes, zoals bij ons op school in de poel.

Hier zijn wel veel vijanden die niet op school te vinden zijn.

Noem er eens enkelen op: reiger, eenden, meerkoeten, vissen, …

Om zich een beetje veilig te stellen en ook omdat de temperatuur er hoger is, gaan kikkervisjes meestal zwemmen aan de rand van het water.

Welke andere diertjes heb je nog gezien? Kleine waterkevers, libellelarven, …

 

 

 

 
 

 


                                                                                                          

        de groene kikker                        de duikerwants                          de libellenlarve

      

4. Over water en klei

 

Hoe is het water in de kleiput?            O helder

                                                                       O nogal helder

                                                                       O niet zo helder

 

Je ziet aan de oever ook overal restjes van schelpen. Dat is een verhaal dat miljoenen jaren geleden begon…. Toen was het hier nog een zee

Tekstvak:  De dieren die toen stierven kwamen onder het slijk terecht en bleven bewaard tot vandaag.

Doordat men klei ging delven, heeft men die schelpen weer opgegraven en zo zijn die hier nu terecht gekomen. Misschien heb je geluk en vind je wel

een tand van een grote zeevis, zelfs van een haai.

 

Hoeveel bedraagt de temperatuur van het water? ………………..

Is dat dan kouder of warmer dan de temperatuur van de lucht? kouder

Hoe komt dat? Zo een grote massa water warmt veel trager op dan de buitenlucht.

 

 

Je hebt ook een proefje gedaan met twee plastic flessen, gevuld met zand of klei.

Teken het proefje en geef wat uitleg.

 

 

Zo, dat was weer een leerrijke uitstap!!!

Boven

op fietstocht rond het Schouselbroek

 

Vul in bij de juiste pijlen: Lange Dreef, Schouselbroek, Oost Sive polder, Ballooi,     Kijkverdriet, Lange dreefwiel, Kooiwiel, onze school

Een kleurenpracht van wilde bloemen ….

Op Oostberg kiezen we een weggetje dat het Schouselbroek in leidt.

(Zoek in de klas eens op in het woordenboek wat er staat als tweede betekenis voor broek : drassig land )  Het is een poldergebied met veel afwisseling : akkers, weiden, bosjes en waterplassen.  Men vindt er 250 soorten planten.

 

Schoongewassen door aprilse grillen zijn de bermen in mei ιιn groot bloemenfeest.  Planten hebben hun naam vaak te danken aan hun gebruik , of hun uitzicht, of aan een heel oud verhaal …

Ga je mee op ontdekkingstocht in al dat groen ?

 

Op hoge stengels wuiven wolken van witte bloempjes je toe.  Kijk eens naar de uiteinden waar de bloempjes op vastzitten : meerdere kleine steeltjes vertrekken uit ιιn punt.  Het lijkt op iets wat jullie met wat geluk vandaag niet nodig hebben : een paraplu of regenscherm.

Deze plant behoort dan ook tot de familie van de schermbloemen.

Wie kent de naam van deze plant ? fluitenkruid

Een vakkundig gesneden stukje stengel kan dienen als fluitje !

Dat komt omdat de stengel hol is.  Rol hem tussen je vingers en voel de dikke ribbels.  Net zoals bij de selder, waarvan je soep maakt !  Later in het jaar bloeien er nog andere schermbloemen zoals de berenklauw , een zeer giftige plant waarvan het sap je brandblaren bezorgt.  Raak deze plant niet aan en maak er zeker geen fluitjes of blaaspijpjes van !

 

Een andere plant met witte bloemen, waarvan de bladeren lijken op die van een brandnetel, is de witte dovenetel.  Denk je dat de dovenetel scherpe haartjes heeft die jou kunnen prikken ? Nee  Probeer eens !

Bekijk ιιn wit bloempje : het is een buisje met een boven- en onderlip.  Waar zitten de zwarte tipjes van de meeldraden verstopt ? in de bovenlip.  Het bloempje lokt met zijn zoete nectar bijen en hommels.  Zij landen op de onderlip, en terwijil ze met hun lange zuigtong van de nectar snoepen worden ze op hun rug bepoederd met stuifmeel.  Daarmee kan het insect een andere bloem bestuiven.

De dovenetel behoort tot de lipblemenfamilie.

 

Op vochtiger plekjes groeien de forse bladeren en overhangende trossen paars-roze of witte bloemen van de smeerwortel.  Met een smeersel van hun wortel genas men vroeger beenbreuken.  Voel aan de bladeren : ze voelen ruw aan.  Bekijk een bloempje : het is een buisje.  Vaak is er aan de zijkant een gaatje in gebeten : dat heeft een hommelsoort gedaan die een te korte zuigtong heeft om bij de nectar te komen.

 

Hoor je de koekoek roepen ? Die keert in april uit Afrika terug.  Zijn naamgenoot in het plantenrijk is de koekoeksbloem.  Zoek naar fluoroze tinten tussen het groen… Gevonden ?  Van dichtbij zie je misschien kloddertjes schuim op de plant … net speeksel. … van een koekoek, dacht men vroeger !  In het oude volksgeloof kreeg dat schuim de naam koekoeksspog (spuug) en zo kreeg ook de bloem haar naam.  In dat schuim verbergt zich echter de kleine bleekgroene larve van een schuimbeestje.  Het beestje zuigt uit de stengel plantensap, dat door ingeblazen lucht schuim wordt.

 

Ooit al gehoord van look-zonder-look ? Probeer de naam te verklaren :

Als je de blaadjes fijn wrijft ruiken ze naar look of ui.  Het is een schaduwplant die we hier en daar onder de bomenrij vinden.  Bovenaan zie je een tros met tegelijkertijd knopjes, witte bloempjes, en vruchtjes.  De vruchtjes zijn lange hauwen.  Het is familie van het herderstasje, met kleinere hartvormige hauwtjes.

 

Voorbij de steenbakkerij slingert de dijk zich als een lint in het landschap.  De fiets kan even aan de kant.  De oever van de Schelde is hier begroeid met een rietkraag.  Een verhaal om bij kaarslicht te vertellen :

Toen er nog uitgestrekte velden waren, blies de duivel zijn adem over de aarde.  Hij blies en blies, het waaide en stormde.  Bomen vielen om, planten knakten, maar de duivel zag slechts ιιn plant buigen zonder te breken.  Hij werd zo boos, dat hij in elk blaadje van die plant zijn tanden zette, en dat kan je nu nog steeds zien ...

Over welk stevig gras gaat deze legende ? ....................................... 

Het Kijkverdriet te Steendorp

Het Kijkverdriet te Steendorp

 

Vanwaar die naam? Het Kijkverdriet is een schoor d.w.z. dat het gebied onder water komt te staan enkel bij uitzonderlijk ………………………… zoals bij springtij. Om dit stukje land in te palmen op de stroom is er veel moeite gedaan en heeft het veel tijd gevergd in vorige eeuwen. De opbrengst van dit stukje land is maar pover zodat de mensen het de moeite niet waard vonden. ’t Is triestig om er naar te kijken!  Vandaar de naam Kijkverdriet. Vroeger noemde men dit stukje ook wel ……………………………….

 

Het is niet groot: slechts 400 roeden. Als je weet dat 1 roede, een oppervlaktemaat van vroeger, gelijk is aan 15 m² (afgerond), dan weet je dat dit gebied: ……………… m² groot is.

 

Naast het Kijkverdriet ligt er een kil. Dit was vroeger een ………………………. voor schepen. De stenen van het …………………….. werden hier verscheept.

 

Een prachtig vogeltje dat hier broedt, is het blauwborstje.

 

 

 

’t Stort: De Ballooi.

Tussen 1968 tot 1975 was dit een huisvuilstort. De bodem werd niet gesaneerd, doch afgedekt met een dunne deklaag.

Tevens is het stort , ondanks het onderliggende afval, een ideale broedplaats geworden voor o.a. de kievit.

De kievit verblijft graag op vochtige grasgronden.

 

 

Juist voorbij het stort liggen de schorren en slikken van de Schelde. In deze biotoop voelt o.a. de bergeend zich thuis, omdat het er veel rustiger is dan op plaatsen waar de wandeldijk vlak naast de Schelde ligt.

Bergeenden zijn vroeger altijd kustvogels geweest, maar bevinden zich nu meestal langs grote rivieren en dunne polders. Recreatie op het stort zou deze vogels verstoren.

 

 

   

Ondanks de bodemvervuiling heeft het gebied wel een belangrijke ecologische waarde, zowel voor het gebied zelf, als voor de functie van de bufferzone, tussen de recreatief bezochte wandeldijk en de slikken en schorren.

Intussen hebben bepaalde plantensoorten zich aangepast aan de vervuilde grond

In de open vlakte, juist naast de rivierbedding, heersen dikwijls stijgwinden die roofvogels nodig hebben om te kunnen jagen, o.a. de torenvalk, op zoek naar kleine knaagdieren in de ballooi. Ook ziet men soms de buizerd zweven in grote kringen.

Wiel

We stoppen even aan een zeer merkwaardige plaats : het wiel.

 

In 1958 hadden hier overstromingen plaats. Dit kwam deels door de muskusratten die de dijken ondergraven hadden. De dijken werden hierdoor veel verzwakt. En deels doordat de dijken van toen veel smaller en lager waren dan nu. Het water kon heel gemakkelijk door de dijken spoelen.

Om dit probleem op te lossen, werden er hogere en bredere dijken aangelegd, in het rond. Vandaar de naam “wiel”. Hier liggen twee wielen naast elkaar en onderweg hebben we ook het derde wiel kunnen zien van Schouselbroek: “Het nieuwe wiel”.

De dijken werden verstevigd en versterkt. Dit gebeurde met stenen in ijzeren netten (tot 5 meter diep).

De hoogte van de aangelegde dijken ligt nu op 8 meter en 10 centimeter boven de zeespiegel (waterstand in Oostende).

Opmerking : De school ligt ongeveer 14 meter boven de zeespiegel.  

 

De putten zijn zeer diep en bevatten veel zuurstof . Daardoor zit er veel vis in het water. Dit is dus ideaal voor de vissers (sport).  Opdat de vissen niet in de Poldergracht (en zo naar de Schelde) kunnen terechtkomen, heeft men houten schutsels geplaatst.

 

Naast de wielen staan hoge bomen : canada’s . Na 35 jaar zijn ze kapbaar en hun hout wordt gebruikt voor paletten en brandhout .

 

De begroeiing die je kan zien op de vijver is gele plomp. Het zijn die grote groene bladeren op het water.

 


Een vogel die we hier kunnen aantreffen, is de ijsvogel. Dit vogeltje is nauwelijks groter dan een mus. Het is een kleurrijk vogeltje van blauwgroen op de rug, oranje-roodbruin onderaan en oranje en witte wangvlekken. De felle lichtblauwe streep op zijn rug valt op wanneer hij voorbij vliegt. Deze vogel heeft geen nest maar wel een hol. Dat graaft de ijsvogel graag in de steile oever. Met zijn lange bek kan hij gemakkelijk vissen vangen en aan zijn jongen doorgeven als voedsel.

 Boven

 

 

 

Laatst aangepast op 16/05/2012